De verschillende specialisaties van de faculteit Industrieel Ontwerpen betekenden enerzijds een verdieping van onderzoek en onderwijs. Anderzijds droeg het brede aanbod maar moeizaam bij aan het oude ideaal van een integrale ontwerpaanpak. Een alleskunner die zijn studie enigszins kleurde naar voorkeur en talent, bleek eenzelfde ideaaltype dat ooit ook in het ontwerpen zelf gezocht en maar mondjesmaat gevonden werd. Studenten dienden vanaf 1994 tijdens hun studie twee belangrijke keuzes te maken: die tussen productontwikkeling en innovatiemanagement in de loop van het derde jaar, gevolgd door een keuze tussen praktijk en onderzoek.

‘Praatpaal’ van Chris Gerrits, een afstudeerproject bij PTT Telecom, onder leiding van prof. Jan Jacobs, 1990

Mede als gevolg van de steeds groeiende aantallen studenten waren de vakgroepen in staat meer docenten en hoogleraren aan te stellen. Dit resulteerde in gespecialiseerde onderzoeksrichtingen. Vanaf de jaren tachtig was er bijvoorbeeld opvallend veel aandacht voor de duurzaamheid van het product dankzij de benoeming van Han Brezet en later Ab Stevels als hoogleraar op dat gebied. Bijna als tegenwicht voor het functionele ingenieursdenken en de werktuigbouwkundige nadruk op het profiel gedurende de eerste jaren van de opleiding, ontstond ook belangstelling voor de werking van semantiek, onderzocht door psycholoog Gerda Smets en haar onderzoeksgroep.

Afstudeerproject Maurits Homan, Ontwerp van een nieuwe klapschaats, onder leiding van prof. Bill Green, 2000

De groei en het opvallende succes van Industrieel Ontwerpen leidde tot een paar ingrijpende reorganisaties. Het oude vierdelige ‘klavermodel’ werd in 1999 ingeruild voor een organisatie met drie afdelingen. Ook op universitair niveau streefde het College van Bestuur naar vereenvoudiging en samenvoeging. Vanaf 1997 werd een fusieproces met de noodlijdende faculteit Werktuigbouw doorgevoerd, waardoor de grote faculteit Ontwerpen, Constructie en Productie (OCP) tot stand kwam. Dit samengaan werd in 2004 overigens weer ongedaan gemaakt omdat van samenwerking nauwelijks sprake bleek te zijn. De faculteit Industrieel Ontwerpen ging toen weer zelfstandig verder.

“Een inhaalslag werd omgebogen in een voorsprong”

De brede aanpak, in combinatie met de vele mogelijkheden binnen de opleiding en de ambitie om een allround ontwerpingenieur op te leiden, trok in deze jaren internationale belangstelling. Wat in de tijd van Van der Grinten begonnen was als een inhaalslag van het achtergebleven Nederland, leek nu omgebogen in een voorsprong die ook tot uiting kwam in grote belangstelling en soms zelfs navolging van buitenlandse instellingen. Inmiddels bestond de school twee decennia en had zij een netwerk opgebouwd van zelf opgeleide ontwerpingenieurs die in de praktijk van het bedrijfsleven en bij andere kennisinstituten carrière hadden gemaakt. Twee van hen zouden in 1986 terugkeren als hoogleraar: de jonge hoogleraar Beleid en Organisatie van de Produktontwikkeling Jan Buijs was afkomstig van TNO en hoogleraar Industrieel Ontwerpen Jan Jacobs was hoofdontwerper bij kantoormeubelfabrikant Gispen geweest.

Jan Buijs en Jan Jacobs