De jonge medewerkers van professor Truijen begonnen zelfbewust aan een nieuw plan voor de opleiding, dat in 1971 als Boerakkerplan zou gaan functioneren. De kern van de nieuwe opzet vormden de ontwerpoefeningen die werden ondersteund met probleemanalytisch onderzoek. Deze aanpak was ontleend aan het boek ‘Structure of Design Processes’ van de beroemde Britse designtheoreticus Bruce Archer.

“Hoewel de verbintenis met Bouwkunde nog vers was, kreeg de opleiding I.V. al snel een geheel ander karakter”

De opleiding werd in datzelfde jaar officieel zelfstandig en ging als Tussenafdeling verder, nu aan de Ezelsveldlaan. Hoewel de verbintenis met Bouwkunde nog vers was, kreeg de opleiding I.V. al snel een geheel ander karakter. Het ontwerpen van producten kende immers enorme verschillen in schaal, vervaardigingswijze, manier van gebruiken en daardoor ook een ander debat. De Tussenafdeling rekruteerde in deze tijd praktijkmensen zoals grafisch ontwerper Wim Crouwel (1972) en productontwerpers Aat Marinissen (1971), Wim Groeneboom en Wim Rietveld (1973).

Emile Truijen, Wim Crouwel, Aat Marinissen, Wim Groeneboom, Wim Rietveld, Hans Dirken en Henri Baudet

Bij de aandacht voor het fabriceren en gebruiken van producten paste ook een heel andersoortige onderzoekstraditie dan die van de architectuur. Kort gezegd lag het grootste verschil in de aandacht voor de relatie tussen producten en mensen. In dat kader kreeg de Leidse psycholoog Hans Dirken een leeropdracht voor ergonomie (1972) en vervulde de Groningse historicus Henri Baudet een lectoraat dat niet zozeer de culturele geschiedenis van de vormgeving als wel de sociale en economische aspecten van het gebruik van producten als studieonderwerp had. Het eerste onderzoek dat binnen de opleiding werd uitgevoerd, betrof de typologische ontwikkeling van het telefoontoestel, een onderzoeksthema dat langdurig binnen de opleiding figureerde.

Eerste afstudeerder Industriële Vormgeving (1971) is Norbert Roozenburg (rechts). Hier te zien met zijn afstudeerproject “Buxi”