Industriële Vormgeving

De economische wanorde na de Tweede Wereldoorlog was voor de Nederlandse regering aanleiding om een industriepolitiek te formuleren. Daar hoorde als vanzelf een nieuw soort vormgevingsonderwijs bij, dat de minister aanvankelijk ook als onderdeel van een modern beschavingsoffensief opvatte. Op verzoek van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKW) formuleerden artistieke en soms ook radicaal progressieve ontwerpers als Mart Stam en Andries Copier plannen voor een opleiding tot industrieel ontwerper. Dit plan werd ideologisch niet, maar op economisch-organisatorisch gebied wel door de minister gesteund en vervolgens voorgelegd aan de Technische Hogeschool te Delft.

“Mart Stam en Andries Copier maakten plannen voor een opleiding industrieel ontwerper”

Architectuur

De faculteiten Werktuigbouw en Bouwkunde hadden echter al vanaf de eerste overheidsinitiatieven ernstige bedenkingen. Werktuigbouw was beducht voor artistieke invloed op het technisch onderwijs en Bouwkunde had met de religieus geïnspireerde architect M.J. Granpré Molière een tegenstander van de nieuwe industriële toekomst in huis. Er waren echter ook pleitbezorgers van ‘industrial design’, zoals de ambachtelijk ingestelde professor Frits Eschauzier, met interieurarchitectuur als specialisme, en de modern georiënteerde hoogleraar architectuur Jo van den Broek.

Joost van der Grinten

Frits Eschauzier had warme banden met Philips, waarvan hoofd design Louis Kalff zelf in de jaren twintig in Delft als architect was opgeleid. Kalff en de jonge Philips-ontwerper Rein Veersema hadden in de jaren vijftig verschillende malen lezingen over productdesign in Delft verzorgd, waardoor de studenten kennis hadden kunnen nemen van het jonge vakgebied. Een veelbelovende bouwkundestagiair bij Philips zou uiteindelijk de nieuwe opleiding Industriële Vormgeving gestalte geven: Joost van der Grinten.

Joost van der Grinten zelf aan de lintzaag vermoedelijk op zolder aan de Julianalaan

Vaart maken

Van der Grinten kende zowel de academische wereld als de praktijk, de laatste niet alleen dankzij een korte periode bij Philips maar ook door het familiebedrijf Van der Grinten, dat kopieermachines maakte. Nog als assistent bij Eschauzier had hij een studie gemaakt van de verschillende ontwerpopleidingen in Europa, zoals het Royal College of Art in Londen en de Hochschule für Gestaltung in Ulm. Zijn analyse luidde dat Nederland achterliep met het opleiden van moderne ontwerpers en vaart zou moeten maken om de achterstand in te lopen. Dat advies werd eerst niet opgevolgd, maar na bemiddeling van enkele hoogleraren en op aandringen van het TH-curatoriumlid Kees van der Leeuw (directeur van de beroemde Van Nellefabriek) kreeg de jonge en energieke Van der Grinten een nieuwe leeropdracht, in 1962 gevolgd door zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar.

Rein Veersema in zijn Philips periode